Ondertussen wonen we al bijna 2 maanden in Belem, een stad met 2 miljoen inwoners dichtbij de monding van de Amazone. We huren een kamer bij een collega van ons. In het kleine appartementje wonen de moeder, haar twee dochters, en de pasgeboren dochter van een van die dochters. Volle boel, en Eske wordt er in een huis met 5 vrouwen niet mannelijker op. En dan is er nog de uitgebreide familie. Elke dag vanaf een uur of half 8 ´s ochtends tot 11 uur ´s avonds komen er constant nichten, neven, tantes, oma´s en kleinkinderen over de vloer. Veel mensen hebben jong al een kind – zo heeft Valentina, de baby in ons huis, een springlevende overgrootmoeder. Verder valt op dat er weinig mannen in het spel zijn – ze schijnen ´m nog al snel te smeren.
Het huis waar we wonen - alleen de bovenverdieping
De maand-verjaardag van de kleine Valentina
Belem is best prettig, maar toch echt geen stad waar je meer dan een jaar wil wonen. Een punt is het eten: vlees/bonen/rijst of pizza, meer variatie dan dat is echt best lastig te vinden. Daarnaast zijn de mensen nog niet zo (en dit klinkt vreselijk kolonialistisch) ontwikkeld. Je ziet het in hoe ze autorijden, eten, naar het strand gaan (zie foto), omgaan met verantwoordelijkheid en hun tijd besteden. Het is op zich een uitdaging om daar middenin te leven, maar soms ook gewoon frustrerend.
Naast een uitgebreide familie hebben we hier ook vrienden gemaakt die ons weer een ander perspectief op de stad en het leven in Brazilie geven. Met hun hebben we interessante discussies, drinken we bier , spelen we pool en kijken we voetbal! Zo is het naast frustrerend vooral gewoon leuk in Belem!
Afgelopen weekend zijn we er even tussenuit gegaan naar Marajó, een eilandmoeras zo groot als Zwitserland. Peabiru (de NGO waar we voor werken) is hier net een groot project van 3 jaar gestart, dus het was goed om te zien waar het nou eigenlijk om gaat. Veel waterbuffels (en bijna geen auto´s!) en bijzondere stranden met mangrovebomen, erg fijn.
En we zijn dus aan het werk – sterker nog, al weer bijna klaar. Bij Instituto Peabiru hebben we onderzocht hoe deze nonprofitorganisatie beter kennis kan uitwisselen tussen haar projecten. Ze hebben verschillende projecten verspreid over een groot gebied. Deze projecten staan vaak voor dezelfde uitdagingen, maar leren bijna niet van elkaar. We hebben hier 12 interviews gehouden, en presenteren volgende week de resultaten en de stappen die genomen moeten worden om de situatie te verbeteren. Het was lastig om als directe Holländer in een Braziliaanse organisatie te manoevreren, maar we hebben er wat van gemaakt.
Dan is er ook nog het onderzoek dat Martine heeft gedaan in samenwerking met het KIT (Koninklijk Instituut van de Tropen). Een week lang hebben we bij een groot bedrijf gezeten om hier onderzoek te doen naar gender en de sociale impact die de organisatie heeft op zijn omgeving. Ontzettend boeiend om hier met verschillende partijen en mensen over te praten, omdat de impact van de organisatie op zijn omgeving ontzettend groot is. Het grootste probleem zit hem in het dorp vlakbij, hier wonen bijna alleen laagopgeleide jonge mannen die erg houden van drank en vrouwen. In het dorp zelf is er geen stromend water, geen geasfalteerde wegen, geen pinautomaat, geen postkantoor, bijna geen winkels, geen internet en ga zo maar door. Voor ons een andere wereld, bijna niet te begrijpen, maar wel heel interessant.
5 april vliegen we hier weg. Eerst duiken we voor een week de jungle in, en vervolgens vliegen we door naar Sao Luis. Vanaf daar gaan we de hele kust af tot aan Recife. Vanaf dan is het dus vooral strandliggen, zwemmen, relaxen en mooie dingen zien!
