Tuesday, April 27, 2010

On the road again

Met een grote presentatie kwam er opeens een eind aan ons werk bij Peabiru en onze tijd in Belem. Het werk was nooit makkelijk en vaak hadden we ook twijfels of we wel serieus werden genomen. Gelukkig liet deze presentatie precies het tegenovergestelde zien en nam dit gevoel compleet weg. Drie uur lang presenteerden en discussieerden we (in het Portugees!) met een ontzettend betrokken team. Zo trokken we blij en tevreden de deur van het kantoor achter ons dicht.




Van Belem namen we afscheid met liters bier en onze Braziliaanse vrienden en familie. Eske en onze Braziliaanse tante vierden samen hun verjaardag: veel eten, drinken en met de hele buurt dansen tot diep in de nacht.



Met onze nieuwe vrije-vogel-status vlogen we naar Santarem, dieper de Amazone in. Hier hebben we een week lang genoten van de gastvrijheid van een neurochirurg (de vader van een vriendin uit Belem) die onze overgoot met goed eten, lekkere kazen, heerlijke wijnen en riviertochten met de speedboot.





Het ecotourisme in het oerwoud viel helaas wat tegen; deze mensen hadden niet veel cultuur en tradities (ze woonden er zelf ook nog niet zo lang) en waren vooral op ons geld uit. Maar een nacht in je hangmat onder de sterren en tussen de oerwoud geluiden maakt alles weer goed!

En opeens was de omgeving volledig veranderd: van het oerwoud naar een indrukwekkend duinlandschap met helder blauwe meren. Je klimt de duinen in en dan voel je je opeens alleen op de wereld en word je stil van al het natuurgeweld om je heen.










De volgende stop is misschien wel de meest relaxte plek op aarde: Jericoacoara. De weg er heen is een avontuur opzich: meer dan 100 km met een jeep door de duinen, vervolgens per strandbuggy langs de duinmeren en over het strand. Onze reisgenoten zijn een franse jongen en zijn louter Frans-sprekende zus; interessant. Gevolg: we hebben nu allebei ons eigen gebarentaal teken.
In Jeri ben je weg van alles. Je kan er veel doen (wind-, kite- en golfsurfen, paardrijden en buggytours), of helemaal lekker niets (hangmat, boek en bier). Wandelend door de zandstraten, kletsend met de bewoners wordt je langzaam verliefd op dit dorpje. Elke avond gaat iedereen de duin op om de zon-in-de-zee-te-zien-zakken en daarna het strand op voor popcorn, capoeira en caipirinha´s, terwijl het langzaam nacht wordt. Vida boa!!










Nu zijn we in het dorpje dat als de grote concurrent van Jericoacoara wordt gezien: Praia de Pipa. Een dorpje vol Nederlanders, luxe oorden en winkels, maar tegelijkertijd heel relaxt, met prachtige stranden die geweldig zijn om te surfen. Wat dan ook meteen onze grootste bezigheid is! Als beginners peddelen we ons natuurlijk suf om te golven te pakken, maar als je er dan eenmaal op staat kan je niet meer wachten om weer te volgende op te gaan. Nog even en we kunnen op zoek naar een sponsorcontract!




Wednesday, March 24, 2010

Twee maanden Belem in een notendop




Ondertussen wonen we al bijna 2 maanden in Belem, een stad met 2 miljoen inwoners dichtbij de monding van de Amazone. We huren een kamer bij een collega van ons. In het kleine appartementje wonen de moeder, haar twee dochters, en de pasgeboren dochter van een van die dochters. Volle boel, en Eske wordt er in een huis met 5 vrouwen niet mannelijker op. En dan is er nog de uitgebreide familie. Elke dag vanaf een uur of half 8 ´s ochtends tot 11 uur ´s avonds komen er constant nichten, neven, tantes, oma´s en kleinkinderen over de vloer. Veel mensen hebben jong al een kind – zo heeft Valentina, de baby in ons huis, een springlevende overgrootmoeder. Verder valt op dat er weinig mannen in het spel zijn – ze schijnen ´m nog al snel te smeren.


Het huis waar we wonen - alleen de bovenverdieping


De maand-verjaardag van de kleine Valentina


Belem is best prettig, maar toch echt geen stad waar je meer dan een jaar wil wonen. Een punt is het eten: vlees/bonen/rijst of pizza, meer variatie dan dat is echt best lastig te vinden. Daarnaast zijn de mensen nog niet zo (en dit klinkt vreselijk kolonialistisch) ontwikkeld. Je ziet het in hoe ze autorijden, eten, naar het strand gaan (zie foto), omgaan met verantwoordelijkheid en hun tijd besteden. Het is op zich een uitdaging om daar middenin te leven, maar soms ook gewoon frustrerend.




Check de auto´s op het strand


Naast een uitgebreide familie hebben we hier ook vrienden gemaakt die ons weer een ander perspectief op de stad en het leven in Brazilie geven. Met hun hebben we interessante discussies, drinken we bier , spelen we pool en kijken we voetbal! Zo is het naast frustrerend vooral gewoon leuk in Belem!






Afgelopen weekend zijn we er even tussenuit gegaan naar Marajó, een eilandmoeras zo groot als Zwitserland. Peabiru (de NGO waar we voor werken) is hier net een groot project van 3 jaar gestart, dus het was goed om te zien waar het nou eigenlijk om gaat. Veel waterbuffels (en bijna geen auto´s!) en bijzondere stranden met mangrovebomen, erg fijn.



Buffels!



Mangrovenstrand




En we zijn dus aan het werk – sterker nog, al weer bijna klaar. Bij Instituto Peabiru hebben we onderzocht hoe deze nonprofitorganisatie beter kennis kan uitwisselen tussen haar projecten. Ze hebben verschillende projecten verspreid over een groot gebied. Deze projecten staan vaak voor dezelfde uitdagingen, maar leren bijna niet van elkaar. We hebben hier 12 interviews gehouden, en presenteren volgende week de resultaten en de stappen die genomen moeten worden om de situatie te verbeteren. Het was lastig om als directe Holländer in een Braziliaanse organisatie te manoevreren, maar we hebben er wat van gemaakt.


Dan is er ook nog het onderzoek dat Martine heeft gedaan in samenwerking met het KIT (Koninklijk Instituut van de Tropen). Een week lang hebben we bij een groot bedrijf gezeten om hier onderzoek te doen naar gender en de sociale impact die de organisatie heeft op zijn omgeving. Ontzettend boeiend om hier met verschillende partijen en mensen over te praten, omdat de impact van de organisatie op zijn omgeving ontzettend groot is. Het grootste probleem zit hem in het dorp vlakbij, hier wonen bijna alleen laagopgeleide jonge mannen die erg houden van drank en vrouwen. In het dorp zelf is er geen stromend water, geen geasfalteerde wegen, geen pinautomaat, geen postkantoor, bijna geen winkels, geen internet en ga zo maar door. Voor ons een andere wereld, bijna niet te begrijpen, maar wel heel interessant.









5 april vliegen we hier weg. Eerst duiken we voor een week de jungle in, en vervolgens vliegen we door naar Sao Luis. Vanaf daar gaan we de hele kust af tot aan Recife. Vanaf dan is het dus vooral strandliggen, zwemmen, relaxen en mooie dingen zien!


Omdat het oog ook nog wat wil, hier meer foto´s (om ze groter te zien kan je er op klikken)



Liedjes vol met liefde voor Eske


De vrouwen van de familie


Collega´s van Peabiru en KIT


Uitgaan met vrouwen op leeftijd!


Op het strand is er niet altijd zon...


Kinderen op het eiland Marajo


Vrijheid!


Tocht door het Mangrovenbos





Monday, February 22, 2010

Een Braziliaans avontuur: CARNAVAL!



Je bent in Brazilie en het is carnaval, kan je het dan maken om daar niet heen te gaan? Hmmmm... we namen de proef op de som: 5 dagen lang feesten in Cametá, hét carnavals´dorp´ van de Amazone.


Alleen de boottocht naar Cametá was al een avontuur op zich. De reis duurt 7 uur en je kan slapen in je hangmat. Klinkt prima, dachten wij. Maar uiteraard duurt de reis geen 7 uur en komt van slapen ook vrij weinig terecht. De hangmatten worden niet meer dan 5 centimeter uit elkaar gehangen, wat op het eerste gezicht (zonder mensen) best prima lijkt. Totdat je gaat slapen en er niet 1 maar zelfs 2 mensen in 1 hangmat gaan liggen. En je eigen hangmat daartussen / daaronder bijna niet meer te vinden is. Dus drink je bier, feest je mee op het dek en doe je later net alsof er geen mensen boven op je liggen.

Het tweede avontuur begon direct daarna, de aankomst bij de familie bij wie we 5 dagen bleven slapen. Een huis met twee slaapkamers waar 15 mensen komen overnachten. Wij sliepen in de grond in de tv-kamer/entreehal met twee mensen in hangmatten boven ons. Leek praktisch onmogelijk, maar bleek uiteindelijk heel prima te doen. De familie was echt ontzettend leuk, gastvrij en grappig. We waren vanaf moment 1 onderdeel van de familie, aten mee (mochten alle 5 de dagen niets betalen voor het eten) werden meegenomen naar mooie plekken in de omgeving (strand en huisje in het mangrovebos) en de beste plekken om optochten te kijken. Zij zorgden ervoor dat wij mee mochten lopen in een samba-optocht (inclusief de outfit die daar bij hoort) en toverden Eske om tot vrouw (hier later wat meer over, ben je al nieuwsgierig, scroll dan even naar beneden voor een foto).



Tijdens dit carnaval waren onze bijnamen Gringo en Gringa (buitenlander en buitenlandse in het Portugees) of Eskieeee en Caipirinha (was net iets te moeilijk om te onthouden dat het drankje Martini heet). Omdat dit steeds luidt door de familie werd geroepen, kwamen mensen van radio en tv ons meer dan eens een bezoekje brengen zodat we in geuren en kleuren aan Brazilie konden vertellen dat het carnaval in Cameta echt TOP is.

Vreemdgaan was een grote bezigheid van ons, zo vond de familie. Dat wil zeggen, het jaloerse Braziliaanse volk kan niet zo goed tegen wat vrijere Nederlandse mensen. Of te wel, naar iemand van het andere geslacht kijken, met iemand praten of dansen was NOT done. Maar ja, die gekke gringos trokken zich daar niks van aan.



Meelopen in de een samba-optocht behoort zeker tot één van de hoogtepunten van dit carnaval. Je gaat mee met een samba school die al maanden heeft gewerkt aan mooie wagens, outfits, muziek en choreografie. Voor je de straat in gaat wordt je al flink opgezweept door de muziek (zie ook het filmpje, dit is vlak voor we gaan beginnen), wat tot explosie komt als je echt de straat inloopt. Duizenden mensen die je toejuichen, mee dansen en genieten van het moois wat er voorbij komt.



Een ander hoogtepunt was Eske verkleed als vrouw, dit vooral omdat hij vooraf echt gezworen had om het niet te doen. Peer-pressure werd hem toch teveel, en dus ging hij net als iedere andere man een dag gekleed in een rok en topje, met bijbehorende lange haren en make-up.



Het beste feest hebben we op de laatste dag gevierd. Hiervoor moest je een t-shirt kopen van een groep die Timbal heet. Met dat shirt kon je gratis drinken en meelopen in een optocht. Aangezien het gratis drinken was, werd het ook een redelijk gekkehuis, feesten, vrouwen gevechten op de schouders van de mannen en bier atten uit een helm. Fijn detail om te delen: toiletteren doe je bij deze gelegenheden op je slippers in een laag van 5 cm plas, HEERLIJK!



Carnaval in een kleine stad is echt super leuk. De sfeer is goed, geen gevechten, geen enkele dreiging. Alleen maar lol maken met elkaar, echt genieten. Carnaval in Brazilie: je kan het dus echt niet maken om daar niet heen te gaan!!

Om het af te maken nog even de lokale carnavalskraker: ´Ela ta beba doida´ (zij is dronken en gek)

Saturday, February 6, 2010

10 dagen stilte en het Braziliaanse boerderijleven

Shhhhhttttttttt..

10 dagen in complete stilte, 10 uur meditatie per dag, de wekker om 4 uur ´s morgens, wandelen binnen de afgebakende plekken, mannen en vrouwen volledig gescheiden, vegetarisch eten en als diner twee stuks fruit. Klinkt leuk, toch?! Van 13 tot 24 januari hebben we ons totaal overgegeven aan een 10-daagse Vipassana cursus – en dat hebben we geweten!


Zonsopgang bij het meditatiecentrum


Vooraf maakten we ons vooral veel zorgen over de 10-daagse stilte: niet praten, niet lezen, geen muziek luisteren, niet schrijven, elkaar niet aankijken en niet aanraken. De meditatie zagen we juist als een ontspannende bezigheid, waarmee we eindelijk ons overvolle hoofd eens leeg konden maken. Maar gek genoeg was juist het omgekeerde waar, de stilte was het makkelijkste en meest prettige van de hele curus, terwijl de meditatie hard werken bleek.

Vipassana is een techniek ´to purify the mind´, wat inhoudt dat je niet letterlijk bezig bent met de rust vinden in je hoofd, maar met het begrip van wat er in je lichaam gebeurt, hoe je daar mee omgaat en er op reageert. Dit resulteert uiteindelijk (als het goed is) wel tot rust in je hoofd, al is de weg daar naartoe lang en vooral hard werken.

Hoe werkt het dan? Je moet 10 uur per dag mediteren, waarbij je focust op de sensaties die je in je lichaam voelt. Deze sensaties zijn heel subtiel en voel je normaal gesproken niet. Om dit wel te kunnen moet je de hersenen trainen en scherp maken: dit doe je de eerste 3 dagen van de cursus. Zodra je de sensaties op je lichaam begint te voelen komt er een tweede dimensie bij, je moet zo lang en zoveel mogelijk stil zitten om te begrijpen hoe je lichaam en de sensaties constant onderhevig zijn aan veranderingen. Om dit te trainen moet je 3 keer per dag een positie kiezen en dan een uur lang geen enkele beweging maken. Probeer maar eens een half uur in kleermakerszit volledig stil zitten (en niet stiekem toch iets te bewegen). Dat vergt veel doorzettingsvermogen en doet vooral heel veel pijn aan je lichaam. Je hebt ineens pijn in je benen, dan in je rug, je hoofd, je armen.. Langzaam aan begin je te beseffen dat dit constant verandert en pijn en andere dingen die je voelt komen en weer gaan.

Het is dus niet echt ´graven in je verleden´of ´who am I?´, maar vooral een mentaal en fysieke strijd die je met jezelf aangaat. Sommige uren gaat je meditatie heel goed en is de tijd zo voorbij, andere uren ben je echt ongelovelijk verveeld, of wordt je lastig gevallig met gekke gedachten die je frustreren, zit er een liedje in je hoofd waar je niet vanaf komt, of kan je maar geen einde maken aan het gesprek dat je voert met jezelf. Het idee is dat je dit accepteert zonder hier geirriteerd of gefrusteerd over te raken; maar als iets je uit je concentratie haalt waardoor je niet meer kan mediteren en dit ervoor zorgt dat elke minuut juist een uur duurt, is het erg lastig om hier volkomen neutraal onder te blijven en niet gefrustreerd te raken.

De cursus was een serieuze aangelegenheid, maar ook erg mooi, goed en leerzaam om te doen. De locatie was prachtig, midden in de natuur met mooie bomen, planten en dieren. Je slaapt op een kamer met 5 andere deelnemers, met wie je niet kan communiceren wat voor gekke situaties zorgt. Wat doe je bijvoorbeeld als je een enorme spin in je tas vindt (zo´n spin waarvoor wij naar de dierentuin gaan, heel groot, bruin en met heel veel haar) en je eigenlijk niet mag gillen, praten of communiceren met de andere deelnemers? Antwoord: toch gillen en heel hard weg rennen!

Op de 10e dag wordt de stilte verbroken en kan je de ervaringen met anderen en elkaar delen (je mag met elkaar praten, maar nog niet aanraken). Gek is dat je weer moet wennen aan je eigen stem, je buiten adem raakt van het praten en hoofdpijn krijgt van het praten. Tegelijkertijd is het ook ontzettend grappig, je kan nu eindelijk uitvinden wie die vieze scheten liet en wie aan het praten was in zijn slaap (`Kunnen jullie allemaal even hier tekenen graag!?`).

Kortom, een heftige, intense uitdaging die zeker de moeite waard is om eens met jezelf aan te gaan!


Boerderijleven Mineiro-style

Na de meditatiecursus zijn we 5 dagen te gast op de boerderij van Cacilde en Gloria, de ouders van een Braziliaanse vriend. Cacilde is een self-made man, boer, huisjesmelker, levensgenieter en filosoof. Kijk, daar heb je ´m:



Gloria is een liefdevolle moeder, tuinier, salonkoningin en boven alles een dame(tje). Op dit surrogaatfamilieportret komt ze goed tot haar recht:



Op de boerderie hebben we het boerenleven van Minas Gerais geleefd, een staat met een lange historie van goudmijnen en boerderie`n. Een zeer ontspannen volk: ´Mineiro não tem pressa!´ (Een Mineiro ként geen haast!). In de boomgaard leren we alle rare en minder rare vruchten kennen (´Dit is toch gewoon een citroen?`) en merken we op dat Cacilde naar eigen zeggen van vrij veel boerderijproducten de allerbeste in Brazilie/de wereld heeft. Toekans in de bomen, enorme vlinders, en Gloria´s trots – de bloementuin. Lekker plekkie!


De hoofdactiviteit is paardrijden. Cowboyhoed, cowboylaarzen, cowboyattitude, heerlijk urenlang over de velden hobbelen en de koeien pesten. Want dit is wel anders dan een Nederlandse stapelstal: 350 koeien verspreid over een enorm heuvelgebied.

Het boerenleven hier is vooral ontspannen, alles groeit en bloeit vanzelf. Het zijn fijne dagen, met teveel eten, grappige Engels/Portugeese gesprekken en vooral veel kaas!